Australië is gigantisch en heeft meer dan 500 nationale parken. Het zijn er zoveel dat je door de bomen letterlijk het bos niet meer ziet. Natuurlijk, Uluru is legendarisch en de Blue Mountains staan op elke bucketlist, maar laten we eerlijk zijn: sta je echt te wachten op een rij selfiesticks bij elk uitzichtpunt?
Tijdens onze camperreis dwars door Australië ontdekten wij dat de mooiste plekken vaak niet degene zijn met de grootste parkeerplaatsen. Sterker nog, voor bijna elk beroemd nationaal park is er een ruiger, stiller en vaak indrukwekkender broertje te vinden.
Ben jij klaar om de gebaande paden te verlaten? In dit artikel delen wij 5 ondergewaardeerde nationale parken die je waarschijnlijk nog niet op je planning had staan, maar die absoluut een plek op je route verdienen.
Even vooropgesteld: Wij hebben natuurlijk ook gewoon de Grampians bezocht en genoten van de hike naar The Pinnacles, we hebben over de Great Ocean Road gereden en uitgekeken op de Twelve Apostles en we hebben de zon onder zien gaan achter Uluru. Ze zijn de moeite waard, maar we waren verre van alleen.
Met meer dan 500 parken zou je denken dat er dan voldoende alternatieven zijn waar je wel off the beaten path kan gaan. Dat klopt ook wel, maar het zijn lang niet allemaal toppers. De locals bleken de beste raadgevers voor de plekken die wel juist wel moesten bezoeken. De parken in dit artikel zijn dan ook goed bereikbaar met een gewone (2WD) huurauto of camper en altijd op maximaal 5 uur rijden van een grote stad. En ja, in Australië is dat relatief dichtbij.
Tjoritja / West MacDonnell Ranges National Park
Alternatief voor: Uluru-Kata Tjuta National Park
Locatie: Northern Territory. 30 minuten ten westen van Alice Springs
Hoogtepunten: Ormiston Pound Walk, zwemmen in Ormiston Gorge, Simpsons Gap
Beste reistijd: Mei t/m augustus
Tjoritja / West MacDonnell Ranges National Park
Uluru is iconisch, maar sinds je de rots niet meer mag beklimmen, is het vooral een plek om te waarderen van een afstand. Tel daar de hoge entreeprijzen en de enorme hordes toeristen bij op, en je begrijpt waarom de locals naar de andere kant van Alice Springs trekken. De West MacDonnell Ranges (Tjoritja) bieden diezelfde knalrode outback-vibe, maar dan met een enorme bonus: je kunt er overal hiken, goedkoop kamperen en zwemmen in heerlijke waterholes.
Erg ver reizen vanaf Alice Springs is niet nodig. Eigenlijk bereik je het begin van het park al na 10 minuten rijden richting het westen. Heb je nog geen eigen vervoer, dan regel je gemakkelijk een huurauto in Alice Springs. Maak je er een dagtrip van, dan kun je zelfs overnachten in Alice Springs. Bijvoorbeeld in Alice’s Secret Travellers Inn.
Wij overnachtten wel in de Ranges, op de spotgoedkope campsite in de Ormiston Gorge. Daar vind je meteen ook het hoogtepunt van de West MacDonnell’s: de geweldige hike door de Ormiston Pound. Deze wandeling van net geen 10 kilometer was de mooiste wandeling die ik in anderhalve maand Australië maakte: Je begint met een geweldig uitzicht op het natuurlijke amfitheater van de Ormiston Pound, vervolgens daal je zelf de pound in en loop je tussen de spectaculaire kliffen van de Ormiston Gorge om te eindigen met een frisse duik in de waterhole nabij de campsite.
De Ormiston Gorge ligt op ongeveer anderhalf uur rijden van Alice Springs en vormt de perfecte plek om een dag in de West MacDonnell’s te eindigen. Onderweg vanuit Alice Springs maak je stops bij Simpsons Gap (hou je ogen open voor de zwartvoet-rotskangoeroe), Standley Chasm (bezoek rond het middaguur, wanneer de rotsen in brand lijken te staan) en de kleurrijke Ochre Pits. Bij de Ellery Creek Big Hole kun je verkoeling zoeken in de waterhole, maar je kunt dus ook gewoon bij Ormiston Gorge zwemmen.
Ikara-Flinders Ranges National Park
Alternatief voor: Grampians National Park
Locatie: South Australia. 5 uur ten noorden van Adelaide
Hoogtepunten: Mount Ohlssen Bagge hike, Aboriginal rock art, Wildlife
Beste reistijd: Mei t/m september
Ikara-Flinders Ranges National Park
We hebben genoten van de Grampians vanwege de indrukwekkende rotsformaties en de weidse uitzichten en dat is precies wat je ook in de Flinders Ranges zult vinden. Maar waar je in de Grampians op de populaire trails vaak in een treintje loopt, kun je in de Flinders Ranges uren hiken zonder een andere ziel tegen te komen, behalve de talloze kangoeroes en soms ook de zeldzame geelvoet-rotskangoeroe.
De Flinders Ranges vormen de overgang van de bewoonde wereld naar de Outback. Komend vanuit het Zuiden zijn ze je eerste introductie tot het ruige Australië: denk aan diepgeel zand en knalrode rotsen. Je bereikt het park over goed geasfalteerde wegen binnen 5 uur vanuit Adelaide. Wilpena Pound aan de zuidkant van het park vormt de belangrijkste hub voor overnachten, tours en hikes in het park.
De meest indrukwekkende hike is die naar de top van Mount Ohlssen Bagge voor een geweldige uitzicht over het gigantische natuurlijke amfitheater van rotsen: Wilpena Pound. Vanaf de gelijknamige campsite loop je in 4 uur heen-en-terug. Een goed alternatief is de St. Mary Peak hike. Deze heeft nagenoeg hetzelfde uitzicht, maar is een stuk zwaarder. Je mag bovendien de top niet meer bezoeken, vanwege de religieuze betekenis voor de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Als je nog een andere wandeling doet, laat het dan de hike naar de Arkaroo Rock zijn. Hier heb je niet alleen toffe uitzichten en kans op wildlife, maar kom je ook uit bij 17.000 jaar oude aboriginal rock art.
Nergens in Australië kwamen we bovendien zoveel wildlife tegen als in Ikara-Flinders Ranges. We zagen er verschillende soorten kangoeroes en wallaby’s, maar ook emoe’s, mierenegels, buidelratten en allerlei kleurrijke vogels. De meeste wildlife scharrelt ook gewoon rond op de officiële campsite in het park: Discovery Parks Wilpena Pound. Wij verbleven hier ook met camper, maar ze hebben ook een hotel met kamers. Vanwege de locatie in het park is het allemaal wel wat duurder. Meer betaalbare opties net buiten de grenzen van het park vind je bij Rawnsley Park Station of Skytrek Willow Springs Station.
Wilsons Promontory National Park
Alternatief voor: Great Ocean Road (Port Campbell National Park)
Locatie: Victoria. 3 uur ten zuidoosten van Melbourne
Hoogtepunten: Mount Bisshop hike, Squeaky Beach, Wildlife
Beste reistijd: November t/m maart
Wilsons Promontory National Park
Iedereen kent de foto’s van de Twelve Apostles aan de Great Ocean Road. Deze en andere stops in Port Campbell National Park zijn iconisch, maar je deelt het uitzicht vaak met honderden anderen en van een afstand achter een hek. Wil je diezelfde dramatische ontmoeting tussen de oceaan en de rotsen, maar dan met je voeten in het zand of je wandelschoenen aan? Rijd dan vanaf Melbourne naar het zuidoosten voor Wilsons Promontory National Park, door de locals liefkozend ‘The Prom’ genoemd.
Waar de Great Ocean Road vooral een uitkijkpunt-ervaring is op een road trip, sta je er in The Prom middenin. In plaats van asfalt onder je wielen, heb je hier het witste zand dat letterlijk piept onder je voeten bij Squeaky Beach. Dit strand is niet ver gelegen van Tidal River, de belangrijkste hub in Wilsons Prom. Met je huurauto of camper bereik je de Tidal River in 3 uur over geasfalteerde wegen vanuit Melbourne. Hier ligt het bezoekerscentrum, de grootste campsite en het startpunt van vele hikes in het park.
Slaap je liever niet in een camper of tentje, dan raden we een overnachting in het charmante plaatsje Foster net buiten het park aan. Het Wilsons Promontory Motel is dan een van de beste opties. Dit is ook een goeie back-up als de populaire Tidal River campground is volgeboekt.
Ik zei al dat je vanaf Tidal River vele hikes kan maken en die naar de top van Mount Bishop is absoluut mijn favoriet. Op deze wandeling van 2,5 uur heb je geweldige uitzichten over de kust, eilanden en Mount Oberon. Veel toeristen kiezen voor de wandeling naar de top van Oberon, maar die is zwaarder en drukker en bereik je niet vanaf Tidal River. Je hebt bovendien nagenoeg dezelfde uitzichten.
Net als in vele andere nationale parken in Australie is ook in Wilsons Promontory wildlife nooit ver weg. Het is zelfs een van de beste plekken om de schattige wombat te spotten. Zodra de zon onder gaat zie je ze vaak gewoon over de camping gaan. Ook op de Prom Wildlife Walk kom je gegarandeerd wildlife, zoals kangoeroe’s en emoe’s, tegen.
Mount Buffalo National Park
Alternatief voor: Blue Mountains National Park
Locatie: Victoria. 4 uur ten oosten van Melbourne of 5 uur ten westen van Canberra.
Hoogtepunten: The Horn, The Cathedral / The Hump, Lake Catani
Beste reistijd: December t/m maart
Mount Buffalo National Park
De Blue Mountains vlakbij Sydney zijn de bekendste bergen van Australië, maar ze kunnen in het hoogseizoen aanvoelen als een pretpark. Zoek je diezelfde duizelingwekkende dieptes en enorme rotswanden, maar dan met een serene rust en een alpien tintje? Dan is Mount Buffalo National Park in de Victoriaanse Alpen een plek voor jou.
Mount Buffalo is echt een hikersbestemming, maar je hebt wandelingen van allerlei lengtes. Het hoogtepunt van het park is letterlijk en figuurlijk The Horn. Na een korte klim heb je vanaf de top geweldige uitzichten over de toffe granieten rotsformaties. Ook op de korte The Cathedral / The Hump hike kijk je continu uit op de immense granieten rotsen. Heb je nog niet genoeg gewandeld? Dan vormt een wandeling langs de enorme afgrond bij The Gorge een mooie afsluiter van je dag. Wij liepen de drie wandelingen op één dag in het park.
Wij bezochten het park op onze campertrip van Canberra naar Melbourne, waartussen het ongeveer halverwege ligt. Dit keer sliepen wij echter niet in het park zelf, omdat de campsite bij Lake Catani volgeboekt was. Dat was helemaal niet erg, want het nabij gelegen dorpje Bright is misschien wel het gezelligste outdoordorp van Australië. De beste budget accomodatie daar is de Alpine Sports Lodge.
Mount Hypipamee National Park
Alternatief voor: Daintree National Park
Locatie: Queensland. 1,5 uur van Cairns
Hoogtepunten: Krater, Wildlife, Regenwoud
Beste reistijd: April t/m oktober
Mount Hypipamee National Park
Als je aan het tropische noorden van Queensland denkt, denk je direct aan de Daintree Rainforest. Maar de Daintree is heet, vochtig en de kans dat je tussen andere toeristen op de boardwalks wildlife ziet is klein. Voor een unieke regenwoudervaring rijd je vanuit Cairns de bergen in naar de Atherton Tablelands. Hier vind je verschillende parken waar het een stuk rustiger is en de temperatuur aangenamer. Een van onze favorieten was Mount Hypipamee National Park.
Het park heeft niet de omvang van de andere vier parken in dit artikel, maar heeft wel een uniek natuurverschijnsel. Op een korte wandeling bereik je namelijk een diepe vulkanische krater met een felgroen meer. Loop je wat verder dan kun je afkoelen in het water van de Dinner Falls. En ondertussen houd je je ogen en oren goed open voor het spotten van wildlife. Mount Hypipamee is een van de beste plekken om de Lumholtz-boomkangoeroe te spotten. Wij kwamen hem niet tegen, maar zagen wel andere toffe wildlife zoals slangen en de gestreepte koeskoes. Onze wildlife score was er dan ook stukken beter dan in de Daintree.
Vanaf Cairns rijd je in ongeveer 1,5 uur naar de Tablelands. Het is de perfecte dagtrip, maar als je langer wilt blijven, is het nabijgelegen dorpje Atherton een goede uitvalsbasis. Zie bijvoorbeeld het tropisch gelegen Atherton Blue Gum. Ook bij andere nationale parken en andere natuurgebieden in de omgeving kun je namelijk goed wildlife spotten. Wij zagen het vogelbekdier bijvoorbeeld bij de Tarzali Lakes. Het gebied zit trouwens ook bomvol met toffe watervallen.
De bekende nationale parken van Australië zijn met een reden beroemd, maar ze zijn niet de enige plekken die de moeite waard zijn. Door te kiezen voor alternatieven zoals de West MacDonnell Ranges of Mount Buffalo, krijg je vaak dezelfde indrukwekkende landschappen te zien, maar dan zonder de parkeerproblemen en de drukte.
Deze vijf parken zijn bovendien prima bereikbaar met een gewone huurauto of camper, waardoor ze de ideale toevoeging zijn aan je roadtrip. Of je nu gaat voor de rode outback of de groene regenwouden in het noorden: soms loont het om net even een andere afslag te nemen.



